
Als we het over werkdruk en stress hebben, kijken we vaak naar hoeveel we doen. Hoeveel afspraken staan er in je agenda? Hoeveel uur werk je? Hoeveel tijd neem je voor rust en herstel?
Maar de hoeveelheid zegt niet alles over de belasting.
Het maakt ook uit hoe intensief je doet wat je doet. Hoeveel aandacht, concentratie, energie en betrokkenheid vraagt iets van je? Ga je er helemaal in op of kun je wat meer doseren?
Daar gaat deze blog over: de intensiteitsknop.
Want de ene activiteit vraagt nu eenmaal meer van je dan de andere. En soms voegen we zelf, vaak zonder dat we het doorhebben, extra intensiteit toe. Door heel scherp te luisteren, grondig voor te bereiden, voortdurend mee te denken of alles zo goed mogelijk te willen doen.
De vraag is dus niet alleen: wat doe ik en hoeveel?
Maar ook: op welke intensiteit doe ik het?
Dezelfde activiteit, een andere intensiteit
Stel je een denkbeeldige intensiteitsknop voor, met standen van 1 tot 10. Die knop zegt iets over hoeveel aandacht, energie en inzet je op dat moment in iets stopt.
Je kunt bijvoorbeeld twee uur werken met je intensiteitsknop op stand 4, maar ook op stand 9. In beide gevallen werk je twee uur, maar de manier waarop je dat doet kan behoorlijk verschillen.
Op stand 9 zit je er misschien helemaal in: scherp, geconcentreerd, alert en voortdurend aan het meedenken. Je wilt het goed doen en geeft veel van jezelf. Op een lagere stand doe je nog steeds je werk, maar doseer je meer. Je hoeft niet overal op te reageren, laat wat meer ruimte en bepaalt bewuster waar je je aandacht en energie aan geeft.
Dat geldt ook binnen één werkdag. De ene vergadering vraagt misschien om een goede voorbereiding en je volle aandacht. Bij een andere kun je vooral luisteren en hoeft niet ieder onderwerp jouw actieve bijdrage.
Een hoge intensiteit is dus niet per definitie verkeerd. Soms is vol erin gaan precies wat nodig is.
De vraag is vooral: kun je schakelen? Kies je bewust wanneer je vol erin gaat en wanneer je doseert? Of staat jouw intensiteitsknop bijna automatisch op 8 of 9?
Te vaak, te lang, te veel geven
Juist bij mensen die gewend zijn verantwoordelijkheid te nemen en betrokken te zijn, zie ik dat de intensiteitsknop gemakkelijk hoog blijft staan.
Misschien herken je het: je bereidt je grondig voor, reageert snel als iemand iets vraagt, denkt vooruit en blijft scherp en alert. In gesprekken luister je intensief en denk je meteen mee. En als iets belangrijk is, zet je gemakkelijk een stapje extra.
Dat zijn op zichzelf mooie kwaliteiten. Het wordt belastend als je te vaak, te lang en bij te veel dingen op die hoge stand blijft staan.
En die belasting merk je niet altijd meteen. Misschien gaat het maandag en dinsdag prima en geef je volop wat je hebt. Pas later in de week merk je dat je energie afneemt, je concentratie minder wordt of dat je op donderdag nauwelijks meer iets over hebt.
Hoe intensief je iets doet, heeft dus ook invloed op hoe je je energie over een dag of week verdeelt.
Ook tijdens herstel of re-integratie kan dat spelen. Je werkt misschien minder uren of hebt minder activiteiten gepland, maar doet wat je doet nog steeds met dezelfde intensiteit als voorheen. Minder uren betekent dan niet automatisch minder belasting.
Daarom gaat het niet alleen om minder doen, maar ook om leren doseren.
Betrokken én begrensd
Dat doseren kan best lastig zijn. Want minder intensief voelt soms als minder betrokken.
Alsof je de kantjes ervan afloopt. Alsof je niet genoeg je best doet. Of alsof iets pas goed genoeg is wanneer je er alles aan hebt gedaan.
Je kunt dan gemakkelijk in uitersten denken: óf ik ga er helemaal voor, óf ik trek me terug.
Maar daartussen zit een interessante middenpositie: betrokken én begrensd.
Je doet mee. Je neemt verantwoordelijkheid voor wat van jou is. Je geeft aandacht en zorg. Maar je hoeft niet overal volledig in op te gaan.
Bij de ene vergadering ga je vol erin. Bij een andere luister je vooral. Het ene gesprek vraagt je volle aandacht, bij een ander kun je wat meer achteroverleunen. De ene taak bereid je grondig voor, bij een andere is goed genoeg ook echt goed genoeg.
Je kunt betrokken blijven én ruimte laten.
Je lichaam als graadmeter
Je hoofd is niet altijd de beste graadmeter voor de stand van je intensiteitsknop.
Je kunt denken: het gaat toch prima?
Terwijl je lichaam ondertussen iets anders vertelt. Je ademhaling zit hoger, je schouders trekken op, je kaken spannen zich aan. Je gaat sneller praten, voelt haast of merkt dat stoppen moeilijk wordt.
Misschien leun je letterlijk steeds verder naar voren.
Dat kunnen signalen zijn dat je intensiteitsknop ongemerkt omhoog is gegaan.
Leren herkennen wat er in je lichaam gebeurt, helpt om eerder te merken:
Ik sta weer behoorlijk ‘aan’. Is dat op dit moment eigenlijk nodig?
Experimenteer eens met 10%
Je hoeft niet meteen van stand 9 naar stand 4. Een kleine verschuiving is vaak al interessant.
Stel jezelf eens de vraag:
Wat zou ik bij deze activiteit 10% minder intensief kunnen doen?
Niet half zo goed. Niet onverschillig. Gewoon 10%.
Misschien bereid je die ene belangrijke vergadering wél grondig voor, maar een andere veel minder. Misschien luister je in een belangrijk gesprek heel intensief, maar hoef je niet in ieder overleg voortdurend scherp ‘aan’ te staan.
Misschien laat je wat vaker een stilte vallen in plaats van direct mee te denken of een oplossing aan te dragen. Je reageert niet onmiddellijk op een vraag, formuleert die mail iets minder zorgvuldig of stopt wanneer iets goed genoeg is.
Juist zo’n kleine verschuiving kan zichtbaar maken hoeveel extra inspanning je normaal gesproken ongemerkt toevoegt.
En misschien ontdek je dat het resultaat nauwelijks verandert.
Hoe staat jouw intensiteitsknop?
Wil je ermee experimenteren? Kies dan eens drie gewone activiteiten uit je werk of dagelijks leven.
Vraag jezelf per activiteit af:
Op welke stand staat mijn intensiteitsknop hierbij meestal, van 1 tot 10?
Kijk vervolgens wat preciezer:
- Hoeveel aandacht en energie stop ik hierin?
- Is die intensiteit hier echt nodig?
- Kies ik hiervoor of gebeurt het automatisch?
- Waaraan merk ik in mijn lichaam dat mijn intensiteit omhooggaat?
- Wat zou 10% minder er concreet uitzien?
Kies vervolgens één activiteit waarbij je met die 10% kunt experimenteren.
Merk op wat er gebeurt. Misschien geeft het ruimte. Misschien voel je juist onrust, schuldgevoel of de neiging om tóch weer een tandje bij te zetten.
Ook dat vertelt je iets.
Leren de knop te bedienen
Bewust omgaan met je energie gaat niet alleen over minder doen of meer rust nemen. Het gaat ook over ontdekken hoe jij gewend bent je werk en je leven te doen.
Wanneer schiet jouw intensiteitsknop omhoog? Bij welke taken, situaties of mensen gebeurt dat? Wanneer is die hoge intensiteit nodig en passend? En wanneer blijf je langer ‘vol aan’ dan nodig is?
Het doel is niet om nooit meer op stand 8 of 9 te komen. Soms vraagt iets juist om jouw volle aandacht en inzet.
Het gaat erom dat je de knop leert bedienen.
Vol erin als dat nodig is. Doseren als dat kan.
En als je merkt dat jouw knop bijna automatisch hoog staat?
Begin dan eens met 10%.
Over Esther
Al ruim 25 jaar begeleid ik mensen bij loopbaanvragen, stress en burn-out en re-integratie. Als NOLOC Register Loopbaanprofessional help ik mensen onderzoeken wat nog past, wat niet meer past en welke volgende stap mogelijk is.
Daarbij kijk ik niet alleen naar werkervaring en kwaliteiten, maar ook naar energie, waarden, levensfase en wat iemand nodig heeft om met plezier en op een gezonde manier te kunnen blijven werken.
Esther von Faber – NOLOC Register Loopbaanprofessional | stress- & burn-outcoach
Wil je vrijblijvend sparren? Neem gerust contact met mij op via Esther@vonfaberconsult.nl of bel 06 14343430.



